Door de hoge hypotheekschulden in Nederland wordt de doorstroming naar een volgende woning belemmerd.

Naar schatting staan meer dan één miljoen woningen onder water. Dat wil zeggen dat de hypotheekschuld hoger is dan de waarde van de woning.

Veel woningbezitters zijn in de problemen gekomen doordat ze moesten verhuizen (bijvoorbeeld wegens werk of echtscheiding). Zij houden na de verkoop van hun oude woning een restschuld over. Het betekent in veel gevallen dat zij geen hypotheek kunnen krijgen voor de nieuwe woning. De problematiek kan in veel gevallen worden voorkomen, door de restschuld te separeren van de overige hypotheekschuld.

Bouwsparen kan de oplossing bieden. De schuld, die na de verkoop van de woning overblijft, wordt ondergebracht in een Bouwspaarkas en via een Bouwspaarcontract uiteindelijk afgelost. Uiteraard speelt het inkomen van een deelnemer een rol: het moet wel kunnen. Voordeel is dat de woningbezitter na verkoop van zijn onder water staande woning kan verhuizen naar een volgende koopwoning.

Situatie:
Richard en Chantal kopen in 2008 hun eerste woning voor € 220.000.
Deze wordt gefinancierd met een hypotheek van € 230.000.
In 2013 willen zij verhuizen. Hun woning is in waarde gedaald. De waarde is
nog slechts € 200.000. Er is nog niets afgelost. De restschuld is € 30.000.
Totale schuld: € 230.000
Deze wordt gesplitst in twee delen. De restschuld van € 30.000 wordt
afgesplitst en ondergebracht in een Bouwspaarcontract.
De overige hypotheekschuld van € 200.000 wordt afgelost met de
verkoopopbrengst van de woning.
Schuld aan Bouwspaarkas: € 30.000
De eerste 6 jaar en 3 maanden sparen zij maandelijks € 180  (+ € 52 bruto rente over de lening).
Daarna 7 jaar en 9 maanden een maandelijkse termijn van € 179 (bruto).